Registreren
We sturen je per e-mail een wachtwoord toe. Soms komt deze e-mail in je spambox terecht.

Afgelopen week zijn de moslims wereldwijd begonnen aan de vastenmaand ramadan. Ook de Nederlandse moslims doen hieraan mee. Premier Mark Rutte heeft laten weten dit jaar de moslims niet te feliciteren met de ramadan. Dat doet hij naar eigen zeggen soms wel en soms niet. Wat vinden Nederlandse moslims ervan, dat hun minister-president ze niet feliciteert met hun belangrijkste maand van het jaar? We stelden deze vraag aan onze lezers via onze Facebook pagina.

Veel lezers reageerden onverschillig op het nalaten van de felicitatie door de premier. “Liever niet uit zijn mond. Laat ons lekker vasten zonder dat hypocriete gedoe”, liet één van de lezers weten. Een andere lezer vindt het toch ongeloofwaardig als Rutte moslims een fijne ramadan toewenst. Een aantal lezers lieten hun onverschilligheid blijken door te reageren met “lekker boeiend”, “Lekker belangrijk”, of door sarcastisch aan te geven dat ze het heel erg vonden.

Een respondent was duidelijk minder onverschillig en had liever wel een felicitatie ontvangen van de premier. “Ik zou het wel fijn gevonden hebben als hij, ook als MIJN premier, dat wel had gedaan”. Zij voegde eraan toe dat zij ook jaarlijks anderen via kaarten fijne feestdagen toewenst.

Een aantal lezers ziet het nalaten van de felicitatie vooral als een politieke overweging van de premier. Dat Rutte soms wel of niet de moslims feliciteert met ramadan, is volgens één respondent afhankelijk van het politieke klimaat. “Het hangt er vanaf, vanuit welke kant de politieke wind waait”. “Hij wilt punten scoren bij de PVV-aanhangers. Maar zij kotsen hem ook uit!”, zei iemand in een reactie.

De meningen zijn vooral verdeeld onder een groep lezers die onverschillig zijn over wat Rutte soms wel en soms niet doet, en een groep lezers die cynisch is over de intenties van de premier, en denkt dat hij de Nederlandse moslims dit jaar geen fijne ramadan heeft toegewenst om een deel van het electoraat niet tegen zich te keren.

Foto: Arno Mikkor